Tool presentatie

 Reflectievorm: Pitch

Lijkt het jou leuk om kort en krachtig te presenteren wat je hebt geleerd?

Omschrijving:

Een pitch, of, met de volledige naam “elevator pitch” is een boodschap van een minuut. Het is de bedoeling dat je binnen deze tijd je werk of idee zo duidelijk onder woorden kunt brengen dat de andere partij op zijn minst zeer geïnteresseerd is geraakt. Uiteraard ben je in de verhaal eerlijk en oprecht.

Er is berekend dat je, als je samen met iemand anders in de lift staat op weg naar de bovenste verdieping, ongeveer een minuut hebt om je verhaal te vertellen. Je moet je dus beperken tot de belangrijke punten.

Het gebeurt steeds vaker dat tijdens bijeenkomsten de gebruikelijke voorstelronde wordt vervangen door pitches. Maar het is ook zeer goed mogelijk dat je op straat of, inderdaad, in de lift, een potentiële klant tegen komt. Het is daarom belangrijk dat je voor dit soort gelegenheden een pitch voor handen hebt.

Een goede pitch kun je alleen maken als je weet wat de doelen zijn van jou. Daarom moet je al van tevoren nagaan waar je kwaliteiten liggen: waar ben je goed in, waarom doe je dat graag en wat is je ervaring.

Zorg daarnaast ervoor dat je jezelf blijft, straal zelfvertrouwen uit en praat alleen over dingen waar je ook werkelijk wat vanaf weet.

Werkwijze:

Stap 1). Maak een woordweb. Zet in het midden van je woordweb waar je over gaat presenteren. Dat kan bijvoorbeeld iets zijn wat je hebt gedaan/geleerd, of wat je sterke/zwakke kanten zijn of wie jij bent.

Stap 2). Zet de pitch op papier, bijvoorbeeld:

  • wie je bent
  • wat je gaat vertellen
  • hoe je je verhaal opbouwt
  • hoeveel tijd de presentatie in beslag neemt
  • wanneer het publiek vragen kan stellen

Stap 3.) Oefen de pitch, hoe vaker je hebt geoefend, hoe zelfverzekerder je gaat vertellen. Bedenk ook of je hulpmiddelen wilt inzetten voor jouw pitch (PowerPoint, prezi, film, foto, collage). Vraag feedback aan je docent, coach vriend(in), familielid of praktijkopleider.

Eisen:
  • Ik-vorm
  • Onderzoek je eigen gedrag: wat was de situatie en jouw taak/activiteiten, hoe handelde je en wat deed het met je?
  • Wat heb je geleerd en wat is je nieuwe leerdoel?
Tips:
  • Begin met een “ijsbreker” om interesse te wekken.
  • Vertel niet te veel, maar zeker ook niet te weinig.
  • Gebruik gewone taal.
  • Vertel je verhaal met zekerheid: vermijd woorden als “misschien”, “eventueel” of  “wellicht”.
  • Wees altijd beleefd.
  • Maak je zinnen niet te lang, en haal op tijd adem.
  • Probeer (positief) op te vallen, dan blijft je verhaal langer hangen.
  • Bereid je pitch goed voor, maar dreun hem niet op, en lees hem niet voor vanaf een briefje.
  • Zorg ervoor dat je enthousiast en sprankelend overkomt, alsof je je verhaal nu voor het eerst vertelt.
  • Spits je pitch toe op de situatie. Heb je ontdekt dat je toehoorder(s) geïnteresseerd zijn in een van je specialiteiten, wijdt je dan niet teveel uit over de andere talenten die je beheerst, behalve als dat er toe doet.
  • Wees eerlijk.
  • Laat het filmpje niet langer duren dan 2 minuten.
  • Filmpje: 5 tips pitch

 

Voorbeelden: